Zo stel je de temperatuur van je vloerverwarming goed in
Voelt je vloer koud aan, of wordt de kamer juist te warm? De juiste instelling hangt niet alleen af van de thermostaat, maar ook van de watertemperatuur, de vloerafwerking en de isolatie.
Bij vloerverwarming lopen verschillende temperaturen door elkaar: de thermostaat meet de kamerlucht, de verdeler regelt het water en de vloer krijgt aan het oppervlak weer een andere temperatuur. Daardoor is er geen enkele instelling die voor elk huis klopt. Met de richtwaarden van Milieu Centraal kun je wel een veilig vertrekpunt kiezen. Daarna stel je geleidelijk bij en controleer je of de ruimte comfortabel op temperatuur komt.
Welke temperatuur bedoel je precies?
De kamertemperatuur is wat je op de thermostaat instelt. De aanvoertemperatuur is de temperatuur van het water dat naar de verwarmingsbuizen gaat. De vloertemperatuur is de warmte aan het oppervlak. Deze waarden zijn niet uitwisselbaar: een thermostaat op 20 °C betekent bijvoorbeeld niet dat het water of de vloer ook 20 °C is.
Bij vloerverwarming verspreidt warmte zich over een groot oppervlak. Daardoor kan het systeem met relatief lage watertemperaturen werken. Volgens Milieu Centraal mag het vloeroppervlak in een kamer niet warmer worden dan 29 °C en in een badkamer niet warmer dan 33 °C. De organisatie noemt circa 45 °C als maximale aanvoertemperatuur; 30 °C is vaak haalbaar. Dit zijn richtwaarden, geen instelling die elk systeem nodig heeft.
Wat bepaalt de juiste instelling?
De benodigde warmte hangt af van hoe snel je woning warmte verliest en hoeveel warmte de vloer kan afgeven. Let vooral op:
- Isolatie: bij veel warmteverlies moet het systeem harder werken. Milieu Centraal adviseert goede isolatie onder de beganegrondvloer.
- Vloerafwerking: hout, pvc, tegels en tapijt laten warmte niet allemaal even goed door. Controleer de maximale temperatuur die de fabrikant van je vloer toestaat.
- Aanleg en regeling: buisafstand, verdeler en eventuele thermostatische regeling beïnvloeden de warmteafgifte.
- Warmtebron: een cv-ketel en een warmtepomp kunnen andere instellingen en regelstrategieën gebruiken. Verander instellingen van de warmtebron niet los van de voorschriften van de fabrikant.
Als je eerst wilt bepalen welke verbeteringen in huis het meeste verschil maken, bekijk dan waar je met woningverduurzaming begint. Isolatie en kierdichting kunnen de warmtevraag verlagen, maar de juiste volgorde hangt af van de woning.
Hoe stel je de temperatuur stap voor stap af?
- Noteer de huidige instellingen. Schrijf de gewenste kamertemperatuur en, als je die kunt uitlezen, de aanvoerinstelling op. Zo kun je een wijziging terugdraaien.
- Controleer de vloer- en installatievoorschriften. Gebruik de laagste passende aanvoertemperatuur en overschrijd de maximumtemperatuur van de vloerafwerking niet.
- Verander één instelling tegelijk. Zet de kamertemperatuur of de aanvoerinstelling niet allebei tegelijk hoger; anders weet je niet welke verandering effect had.
- Geef het systeem tijd. Een verwarmde vloer reageert traag. Beoordeel het resultaat pas nadat de woning voldoende tijd heeft gehad om op de aanpassing te reageren.
- Verhoog alleen als de kamer onvoldoende warm wordt. Doe dat geleidelijk en blijf binnen de grenzen van de vloer en de installatie. Wordt het niet behaaglijk, laat dan ook isolatie, regeling en waterzijdige inregeling controleren.
Hoe controleer je of de instelling werkt?
Let op de kamertemperatuur en het comfort over een aantal dagen, niet alleen op hoe warm de vloer aanvoelt. Een vloer kan lauw aanvoelen en toch voldoende warmte afgeven. Omgekeerd betekent een hete vloer niet automatisch dat de kamer efficiënt wordt verwarmd.
Blijft één ruimte achter, wordt een deel van de vloer opvallend warm of schakelt de installatie vaak in en uit? Controleer dan of de thermostaat goed geplaatst is en of de verdeler en regeling passend zijn afgesteld. ISSO beschrijft hoe onder meer de watertemperatuur, ruimtetemperatuur en isolatie invloed hebben op temperatuurverschillen in vloerconstructies. Bij twijfel over leidingen of afwijkende warme plekken is een installateur verstandig, in plaats van de temperatuur verder op te voeren.
Veelgestelde vragen
Welke temperatuur stel je in op de kamerthermostaat?
Kies de kamertemperatuur die je prettig vindt; de thermostaatinstelling is niet hetzelfde als de temperatuur van het water in de vloer. Vloerverwarming reageert doorgaans langzaam, dus grote aanpassingen leveren niet meteen resultaat op. Verander de instelling in kleine stappen en geef de vloer tijd om de invloed daarvan merkbaar te maken.
Hoe warm mag een vloer met vloerverwarming worden?
Milieu Centraal noemt als bovengrens voor het vloeroppervlak 29 °C in een kamer en 33 °C in de badkamer. Dat zijn maxima, geen streefwaarden. De toegestane temperatuur kan ook afhangen van de vloerafwerking; volg daarom de productvoorschriften van je vloer en laat bij twijfel de installatie controleren.
Is 30 °C aanvoerwater genoeg voor vloerverwarming?
Dat kan in een goed geïsoleerde woning haalbaar zijn, maar het hangt onder meer af van de warmtevraag, de vloeropbouw en de afstelling van het systeem. Milieu Centraal noemt 30 °C als temperatuur die vaak haalbaar is en circa 45 °C als maximum voor het aanvoerwater. Kijk dus niet alleen naar een algemene richtwaarde, maar ook naar het comfort in je woning.
Moet je vloerverwarming ’s nachts lager zetten?
Dat hangt af van je woning, regeling en voorkeur. Omdat de vloer warmte opslaat en langzaam reageert, kan een grote nachtverlaging betekenen dat het opwarmen lang duurt. Probeer een beperkte aanpassing en vergelijk het comfort en energiegebruik over meerdere dagen, zonder tegelijk andere instellingen te wijzigen.
In de rubriek Verwarming en verduurzaming